Pestbeleidsplan: De Reuzenboom

 

 

Doelstellingen

 

Om de pestproblematiek preventief aan te pakken, moet door de schooldirectie en de leerkrachten gezamenlijk een beleid rond pesten worden uitgestippeld.

 

De doelstelling van dit plan is duidelijkheid creëren rond wat er op school al dan niet getolereerd wordt in verband met pesten en agressie in het algemeen. Regelmatig krijgen we als leerkrachten meldingen van pestsituaties. Het is onze bedoeling een duidelijk verschil te schetsen naar de leerlingen toe tussen pesten en plagen. We zijn er ons van bewust dat het woord ‘pesten’ te snel in de mond genomen wordt.

 

Zodoende schept men een schoolklimaat  waar zowel leerkrachten als leerlingen zich prettiger voelen. De sfeer op school verbetert.

 

Dit plan heeft betrekking op de school in zijn geheel. Alle kinderen en leerkrachten dienen zich aan de regels van het plan te houden. Zo krijgt men de beste resultaten. 

 

Werkwijze

 

Het opstellen van het pestbeleidsplan is gebeurd door een werkgroep. De werkgroep bestaat uit kleuterleidsters, leerkrachten van elke graad van de lagere school en een zorgleerkracht.  Dit biedt het voordeel dat het plan door meerdere personen in de school gedragen wordt en dat het een grote haalbaarbeid tot slagen heeft. Dit maakte het makkelijker om te bespreken met het team.

 

Voor het verwerken van een aantal gegevens mogen we beroep doen op de zorgcoördinatoren. De mensen van de schoolraad zijn ook op de hoogte van het plan. Dit is belangrijk om de link met het thuismilieu te leggen.  Ook mensen van het CLB zullen ons zeker kunnen helpen bij het uitstippelen van ons plan. 

 

Verschil tussen pesten en plagen

 

Pesten =         pijn doen

 

                        Schelden, bijnamen geven, dreigen, spotten, duwen, trekken, …

 

                        Vervelende dingen over iemand rond vertellen

 

                        Iemand het gevoel geven buitengesloten te zijn

 

                        Dingen van iemand stuk maken, afnemen, verstoppen, …

 

                        Iemand dwingen geld of andere dingen te geven

 

                        Het element onmacht tegenover de ‘almacht’ van de pestkop is enorm

 

                        Heeft een destructief karakter

 

Kan ook negeren zijn. Dit is een vorm van indirect pesten die in geen geval over het hoofd mag worden gezien, voor buitenstaanders is ze vaak niet onmiddellijk waarneembaar.

 

Deze dingen gebeuren herhaaldelijk en het slachtoffer kan zich niet verweren.

 

Plagen=           eerder onschuldig

 

                        Eenmalig waarbij humor een rol kan spelen

 

                        Tussen 2 gelijken waarbij het niet vast ligt wie de bovenhand zal halen 

 

Houding van leerkrachten, directie en leerlingen

 

Welke houding nemen we ten aanzien van pesten aan op school?

 

‘Wij dulden geen geweld en pesterijen op school.’

 

- ten aanzien van de persoon: Men stelt geen negatieve handeling naar een ander toe; bijvoorbeeld trekken, duwen, schoppen, slaan, …

 

- ten aanzien van materialen: Men raakt geen bezittingen van een ander aan zonder zijn toestemming; bijvoorbeeld beschadigen, stelen, verstoppen, volkrabbelen, …

 

-verbaal: Men gebruikt geen agressieve of kwetsende woorden naar anderen toe; bijvoorbeeld spotten, belachelijk maken, vloeken, … 

 

Regels rond pesten

 

  1. Wij pesten anderen niet.

  2. Wij helpen anderen die gepest worden.

  3. Wij zorgen ervoor dat elke leerling het naar zijn zin heeft en dat er niemand buitengesloten wordt.

 

Deze regels hebben betrekking op het direct en indirect pestgedrag. Met direct pesten bedoelen wij het openlijk aanvallen en met indirect pesten het sociale isolement en de uitsluiting.

 

Regel b is belangrijk omdat kinderen denken dat ze klikken als ze pestgedrag aan de leerkracht bekend maken. Deze regel laat toe dat ze dit mogen vertellen en dat ze op die manier juist handelen. Daarnaast helpen leerlingen slachtoffers dikwijls niet omdat ze schrik hebben dat ze ook gepest zullen worden en/of dat ze niet meer bij de groep zouden horen. Nu is het een regel dat ze anderen die gepest worden helpen. 

 

Toezicht tijdens de pauzes en op verlaten plaatsen

 

We zijn ons ervan bewust dat plagen en pesten gebeurt op verlaten plaatsen (achter de hoek van een gebouw, in de toiletten, …). We proberen dan ook alert te zijn. Overal alles zien kan niet. Daarom rekenen we op de open communicatie met kinderen en ouders. 

 

Maatregelen ten aanzien van het overtreden van de regels

 

Maatregelen kunnen verschillende gradaties hebben, bijvoorbeeld:

 

            - opmerkingen, zowel mondeling als schriftelijk

 

            - verwittigingen

 

            - taken

 

            - schorsing

 

            - …

 

Het is zinvol sancties te bedenken die een band hebben met de onaanvaardbare daad. Zodoende leren de leerlingen de gevolgen van hun gedrag zien en verantwoordelijkheid dragen.

 

Daarnaast is het noodzakelijk dat de leerkracht die een overtreding van een regel vaststelt snel en consequent ingrijpt. Wanneer men consequent ingrijpt, duidt dit op de houding “Wij dulden geen pesterijen.” Zo zendt men duidelijke signalen naar de leerlingen toe.

 

Ouders worden gecontacteerd als een leerling de regels overtreedt. Wanneer er sprake is van pestgedrag wordt dit steeds meegedeeld aan de ouders en met hun besproken.

 

Cyberpesten

 

Cyberpesten is pesten via nieuwe media, zoals internet, sms of e-mail. Kortom, pesten via de computer of mobiele telefoon. Cyberpesten is iets van de laatste jaren en neemt steeds gevaarlijker vormen aan. Het kan ontzettend eng zijn om op deze manier gepest te worden. Het is veel gevaarlijker en soms nog gemener dan het ‘ouderwetse’ pesten. Bij cyberpesten kun je de pester niet zien. Het is anoniem: naamloos en gezichtloos. Vaak is het erger, ook omdat het niet stopt na schooltijd.

 

Cyberpesten zoals:

 

  • Pest-mails

  • Pesten via chatboxen zoals msn

  • Pesten via sms

  • Pesten via facebook

  • Bom-mailtjes: honderden mails die naar één persoon gezonden worden.

  • Je naam en adres ongevraagd op internet plaatsen

  • Ongevraagd foto’s en/of webcambeelden van het slachtoffer op het internet plaatsen (bewerkt of onbewerkt)

 

Veel kinderen gaan gebukt onder deze nieuwe vorm van indirect pesten. Eén op de drie kinderen schijnt wel eens gepest te zijn via e-mail, sms of facebook.

 

Het is een stuk makkelijker en minder eng om te schelden als niemand je kan zien. Zo kun je nergens op aangesproken worden en weet (als je een nickname gebruikt) niemand dat jij het bent.

 

Twee vuistregels om mee te geven aan kinderen:

 

  1. Alle informatie die je in het gewone leven voor jezelf houdt, geef je ook niet prijs op het internet. Denk aan je dagboek of je tandenborstel… die houd je ook voor jezelf.

  2. Alles wat je niet in het ware leven recht in iemand zijn gezicht durft zeggen, tik je ook niet in op msn, netlog, facebook, …

 

 

Wat doen we op school met cyberpesten?

 

Het cyberpesten gebeurt grotendeels buiten de school. Hoever gaan we als school om hieraan te werken? We kunnen het probleem niet negeren. Wanneer kinderen melding maken van cyberpesten, kunnen we dit niet naast ons neerleggen. We lichten zeker en vast de ouders in. (zowel pester als slachtoffer als we beiden kennen)

 

Hierbij is het belangrijk dat de kinderen voelen dat ook hier controle uitgevoerd wordt. De medewerking van de ouders speelt hier een grote rol.

 

Op school wordt jaarlijks de presentatie ‘safer-internet’ gegeven. Deze wordt gegeven door medewerkers van Proximus, Microsoft en Childfocus. Leerlingen worden hier bewust gemaakt van de ‘gevaren’ van internet. Zo leren ze wat een goed wachtwoord is, welke informatie je wel en niet op facebook plaatst, …

 

De presentatie wordt jaarlijks vernieuwd. We organiseren dit voor de leerlingen van 5 en 6.

 

Er worden hier ook tips voor de ouders meegegeven.

 

De lesgevers brengen ook steeds tips mee voor de leerkrachten.

 

Het blijft belangrijk om zowel op school als thuis regelmatig aan te geven wat kan en niet. Al doende moeten de leerlingen het leren maar liefst met zo weinig mogelijk ‘schade’. ‘Beter voorkomen dan genezen’ blijft ook hier een goede leuze.

 

De jaarlijkse herhaling van deze sessie vinden we nodig. Het is belangrijk dat de leerlingen het goede voorbeeld zien.

 

In het vierde leerjaar wordt bij het thema ‘communicatie’ rond het internet gewerkt. Zij bespreken de tips die bij ‘Clicksafe’ gegeven worden. Dit is een goede voorbereiding op de sessie ‘safer-internet’.  

 

Agressie

 

Sommige leerlingen hebben een probleem met correct reageren in bepaalde situaties. Vaak doen ze dit op een agressieve manier. Voor hen kan het nuttig zijn hierbij even stil te staan.

 

We gebruiken het boek ‘Haal de grr uit agressie’ van Elizabeth Verdick en Marjorie Lisovskis.

 

Iedereen is wel eens kwaad. Op zich is dat niet erg, maar je moet wel goed met die kwaadheid omgaan. In dit vlotgeschreven boekje wordt kinderen uitgelegd hoe ze hun boosheid beter kunnen reguleren. De auteurs geven tips om beginnende woede in bedwang te houden. Er is aandacht voor verschillende manieren waarop woede tot uiting kan komen en wat voor stomme dingen kwade mensen soms doen. Vervolgens wordt uitgelegd hoe woede in een aantal stappen te temmen is. Het uitpraten van conflicten is zeer belangrijk. Hoe dit uitpraten in zijn werk gaat, wordt verduidelijkt in opnieuw een stappenplan. Het boekje geeft tips over het omgaan met woede van anderen: pestkoppen en volwassenen bijvoorbeeld.

 

In kleine groep neemt de zorgleerkracht deze leerlingen bij zich om het boek door te nemen. Dit gebeurt in een viertal sessies. De ouders worden op de hoogte gebracht van deze sessies. Op het einde krijgt elke leerling het boekje mee naar huis voor een week.

 

Wanneer het toch terug misgaat op de speelplaats of in de klas, wordt de situatie besproken met de zorgleerkracht. Samen gaan we dan na wat een betere reactie was geweest.

 

We beschikken op school over boeken die ons hierbij kunnen helpen.  

 

Verziekte klassfeer

 

Bij de aanpak van pestgedrag gaat er veel aandacht naar slachtoffers en pestkoppen, maar het grootste deel van de leerlingen is omstaander. Ook de rol van deze zwijgende middengroep is niet te onderschatten.

 

Veel kinderen zien pesterijen gebeuren, maar durven geen positie in te nemen uit angst zelf uitgesloten te worden. Door deze kinderen op hun verantwoordelijkheid te wijzen en hen er bewust van te maken dat de andere kant opkijken niet zo onschuldig is als het lijkt, schakel je hen op een positieve manier in. Omstaanders kunnen niet alleen helpen om pestgedrag te signaleren, ze kunnen als groep ook een positie innemen tegenover de pesters: ‘Wij vinden het niet leuk dat je onze klassfeer verziekt.’

 

We hebben een uitgewerkt thema rond ‘pesten’. Dit kan gebruikt worden vanaf het vierde leerjaar. Het bevat: vragenlijsten, tekstfragmenten, een spel, een stellingenspel, … Het kan de klas helpen de sfeer terug aangenaam te maken.

 

Actualiteit

 

We volgen het aanbod van de actualiteit. Jaarlijks wordt de week tegen pesten georganiseerd in samenwerking met Ketnet. Dit spreekt de leerlingen van de lagere school zeker aan. Daar spelen we dan ook op in. 

 

Jaarlijks bekijkt de werkgroep wat het aanbod is en kiest de acties die kunnen uitgevoerd worden. Zo namen we reeds deel aan de ‘Move tegen pesten’.

 

Acties op onze school

 

  • Bij het begin van het schooljaar worden schoolafspraken kenbaar gemaakt en besproken in de klasgroep.

  • Er worden klasafspraken gemaakt met de leerlingen. Hierbij wordt de aandacht gevestigd op afspraken die belangrijk zijn ter bevordering van de klassfeer.

    Het verschil tussen pesten en plagen komt hier ook ter sprake.

  • De turnleerkrachten maken per leerjaar tijd om de speelplaatswerking te overlopen.

    De spelregels hangen op een zichtbare plaats op de speelplaats.

    De leerlingen van de zesde klas houden mee toezicht op de spelregels van de speelplaatswerking.

  • Er wordt spel- en sportmateriaal aangeboden in een spelkoffer. Hiermee bevorderen we het samenspelen op de speelplaats.

  • Kringgesprekken worden aangemoedigd. Zo krijgen kinderen de kans hun verhaal te doen, hun gevoelens te uiten en respect te tonen voor elkaar.

  • Twee keer per jaar wordt door het zorgteam een sociaal-emotioneel thema aangebracht waarrond gewerkt wordt. De thema’s zijn gekozen door het team.

  • In elke klas wordt er twee keer per jaar een sociogram afgenomen. (rond de herfstvakantie en april/mei).  We hanteren hiervoor het sociogram van Zorgkompas. De vragen die gesteld worden zijn: ‘Wie heb je graag van je klas? Wie heb je helemaal niet graag van je klas?’. Vanaf het vierde leerjaar stellen we een tweede vraag: ‘Met wie werk je graag samen in je klas? Met wie werk je niet graag samen in je klas?’.

  • Bepaalde activiteiten van het talententhema (zie Socio-emo) worden jaarlijks hernomen.

  • Het stappenplan ‘Leren ruzie maken’ hangt nog zichtbaar in de klassen en wordt gebruikt in ruzie-situaties.

  • We nemen deel aan de ‘Complimentendag’. Het is voor sommige kinderen moeilijk om iets positiefs te zeggen over iemand anders.

  • Op vraag van de school is de oudervereniging bereid een info-avond rond pesten in te richten voor alle ouders. Dit wordt in samenwerking met het VCOV georganiseerd.

  • Bij hardnekkige pestsituaties worden alle leerkrachten ingelicht. Zo kan er gepast gereageerd worden tijdens het toezicht op de speelplaats.

  • In elke klas wordt preventief gewerkt op eigen niveau.

     

 

 

 

 

 




Powered by Joomla!®. Designed by: joomla 1.7 templates hosting Valid XHTML and CSS.